De nieuwe regering is aangetreden. De knopen met betrekking tot het verhogen van de pensioenleeftijd moesten worden doorgehakt. In het regeerakkoord is het volgende opgenomen.
Met de komst van de nieuwe Pensioenwet is ook op het gebied van waardeoverdrachten de overstap gemaakt naar marktwaardering. Dit betekent dat voor de bepaling van de overdrachtswaarde moet worden gerekend met een rentevoet op basis van de rentetermijnstructuur
Heeft u de beschikking ‘gedifferentieerde premie WGA’ ontvangen? Het advies is om deze goed te controleren omdat er helaas geregeld fouten worden ontdekt.
In een ministeriële regeling is geregeld, dat per 1 januari 2011 het bruto wettelijke minimumloon op basis van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) zal stijgen met (na afronding) 0,59%.
Uit berekeningen van de grootste salarisverwerker (het ADP) blijkt dat de nettolonen voor de werknemers stijgen, maar de loonkosten voor werkgevers fors stijgen vanwege de stijging van de inkomenafhankelijke zorgbijdrage die zij aan de werknemers dienen te vergoeden. Deze stijgt van 7,05% naar 7,75!
Het aantal ZZP’ers in Nederland stijgt. Het vorige kabinet had aan de Sociaal Economische Raad (SER) een advies gevraagd of er aanpassingen voor hen in het stelsel van sociale zekerheid nodig zijn. De SER heeft geconcludeerd dat een fundamentele stelselherziening niet nodig is.
De dreiging dat een aantal pensioenfondsen de pensioenuitkeringen moet verlagen, brengt grote onrust. Niet alleen de mensen die al met pensioen zijn worden financieel getroffen, maar ook de mensen die nog werken en die zijn aangesloten bij het fonds worden getroffen in hun pensioenspaarpot omdat het gespaarde pensioen eveneens vermindert.
In de Staatscourant van 1 september 2010 zijn de WGA-premies en de uitgangspunten voor 2011 bekend gemaakt. Daarmee wordt de WGA gedifferentieerde premie voor publiek (bij het UWV) verzekerde werkgevers berekend.
Op 9 juli 2010 heeft Minister van Financiën Jan Kees de Jager besloten het spaarloon vrij te geven per 15 september 2010. Het gaat om alle spaarloontegoeden die in de periode van 2006 tot en met 2009 zijn gespaard.